KOTK 2019

Kunstbeurs
Rondrit
Table d'Amis

KUNST OM TE KOESTEREN

Tentoonstelling en verkoop van kunst ten voordele van sociale doelen

50 professionele kunstenaars

meer dan 300 kunstwerken

beeldhouwwerken en schilderkunst

in schitterende omgeving van het park en kasteel Cortewalle te Beveren

Zaterdag 14 en zondag 15 september 2019
Zaterdag 21 en zondag 22 september 2019

Misschien moeten we met z’n allen opnieuw Albert Camus ontdekken.

Want die drukte het prachtig uit toen hij de nobelprijs literatuur ontving.

 

“De Kunst –zegt Camus- is een middel om zo veel mogelijk mensen te ontroeren, door hen een beeld van gedeeld lijden en gedeelde vreugde te geven. De Kunstenaar kan zich niet boven de maatschappij verheffen. Hij kan zich niet van de wereld afzonderen. 

Hij bestaat slechts in een wisselwerking tussen zichzelf en de ander.”

 

Deze gedachte brengt me bij het woord dat ik al heel de avond wil uitspreken: en dat is het woord “DELEN”.

Kunst is er om iets mee te delen, en om gedeeld te worden.

 

Als ik dit toepas op Kunst Om Te Koesteren, dames en heren, komen we bij:

 

50 kunstenaars die hun verwondering delen met een zo groot mogelijk publiek.

50 Professionele artiesten die bovendien de opbrengst van deze tentoonstelling delen met enkele uitgekozen goede doelen.

Dichter kan kunst moeilijk bij de samenleving betrokken worden.

Kunstenaars die meegaan in het verhaal van een serviceclub, is dat geen vreemde gedachte? Het is belange geen eenvoudige mix. Het is geen vanzelfsprekende symbiose.

 

Het is wél een schitterend verlangen om muren weg te halen tussen mensen uit totaal verschillende biotopen. 

De kunstenaar, de serviceclub, en de grote groep kwetsbaren die buiten de samenleving dreigt te vallen. 

Het samenbrengen van al deze verschillende karakters, van deze diverse werelden, dàt, beste mensen, is mijn “WHY”.

Dat is waarom ik hier sta.

En dat is ook waarom ik jullie aanmoedig om vol verwondering te genieten van een gulle tentoonstelling die enorm veel te bieden heeft. 

 

 

Al mijn dank.

 

 

Karl Meersman